KNMG district XVII Twente

Verslag wetenschappelijke bijeenkomst

“Als het einde in zicht is”

Donderdag, 8 oktober 2009

Locatie: Frans op den Bult te Deurningen

Naar de uitnodiging


Ruud Gardenbroek, voorzitter van het district Twente opende de avond en heette alle aanwezigen hartelijk welkom. Na een aantal huishoudelijke mededelingen gaf hij het woord aan mevrouw Annejuul van den Hout-Tielens, specialist ouderengeneeskunde van de Zorggroep Sint Maarten Losser en medisch consulent palliatieve zorg.
Annejuul besteedde in het eerste deel van haar presentatie aandacht aan de vraag wat men onder palliatieve zorg verstaat. Hierbij werd niet alleen aandacht besteed aan de lichamelijke aspecten, maar vooral ook aan de psychologische en spirituele aspecten van zowel de patient als de familieleden en de ondersteuning gedurende de ziekte en rouwverwerking. Ook benadrukte ze dat palliatieve sedatie geen alternatief is voor euthanasie.
Daarnaast besteedde Annejuul aandacht aan de verschillende vormen van palliatieve sedatie, te weten de oppervlakkige en de diepe sedatie. Ook de te gebruiken middelen en de dosering van de medicatie kwam aan de orde.

De tweede spreekster was Wilma Wilt, MTH-verpleegkundige bij Livio te Enschede. Wilma gaf informatie over de mogelijkheden van inschakeling van het MTH-team bij palliatieve sedatie. Hierbij speelt de huisarts een cruciale rol.
Wilma vertelde dat er het in het verleden wel eens voorkwam dat er geen infuuspompen voldoende aanwezig waren, maar dat dit probleem nu volledig opgelost is. Wanneer palliatieve sedatie wordt geďndiceerd door de huisarts, kan het MTH-team in samenwerking met de huisarts de infuuspomp dikwijls nog dezelfde dag plaatsen. Patienten zijn vaak al bekend bij Livio, omdat er dikwijls al andere zorg wordt gegeven. Wilma gaf aan dat het MTH-team zorgt voor de declaratie bij de zorgverzekeraar. Ook kan het team (een deel van de) begeleiding van de familie op zich nemen.

Na de pauze, waarin een hapje en een drankje werden geserveerd, kwam Jan de Heer, huisarts en scen-arts, aan het woord.
Aan de hand van een aantal voorbeelden ging Jan in op de vraag wanneer euthanasie wel of juist niet kon worden toegepast. Hierbij kwam onder andere de vraag “wie bepaalt of de patient ondraaglijk lijdt” aan de orde. Jan gaf een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat dit voor een deel cultureel bepaald is. Hierbij gaf hij ook een voorbeeld waarin de behandelend arts beoordeelde dat er voor een patient geen ondragelijk lijden aan de orde was, terwijl de onafhankelijke scen-arts beoordeelde dat er wel degelijk sprake was van ondragelijk lijden.
Verder gaf Jan aan de hand van voorbeelden een aantal dilemma’s aan, waar een arts voor kan komen te staan, wanneer een patient een wilsbeschikking heeft ondertekend met hierin duidelijke afspraken. Voer je de wilsbeschikking uit, wanneer een patient dementerend is? Jan benadrukte het belang van goede motivatie en rapportage van beslissingen, zodat de toetsingscommissie hieruit duidelijk de route kan volgen. In verband met tijdgebrek was het voor Jan niet mogelijk om zijn hele presentatie af te maken.
Jan wees de aanwezigen nog op het artikel uit Medisch Contact van 2008: “Eutanasie voor Beginners”

Ruud Gardenbroek dankte de sprekers voor hun presentatie en sloot de bijeenkomst af.

Hits:
840
Terug naar voorpagina