Eerste ledenvergadering
KNMG-District Twente (XVII)

DATUM: 20 mei 2003


OPGEMAAKT DOOR: M.J.Abbink-de Roos, Secretaris district

LOCATIE: Hotel ít Lansink, Hengelo

AANWEZIG: de heer R.Gardenbroek, de heer J.J. W. Prick, Mevrouw M.J.Abbink-de Roos, Mevrouw H.A,Vrij-Mazee, mevrouw W.P.J. van Bruggen, mevrouw M.D.Buijvoets, mevrouw L.Schuring, de heer D.J.Parlevliet, de heer P. Vrenken, de heer E.J.Hannivoort, de heer A.Taselaar.


Opening door de voorzitter de heer R.Gardenbroek

Vaststellen districtsreglement:

De heer Parlevliet merkt op dat hij het jammer vindt dat de leeftijdsgrens, die in het districtsregelement van de KNMG is opgenomen voor het uitoefenen van bestuursfuncties, ook in dit district wordt gehandhaaft.

Vaststellen beleids- en activiteitenplan

Het voorgestelde plan wordt vastgesteld

Begroting:

De begroting is zeer globaal en als inkomstenbron zijn de door de KNMG te innen districtscontributies genomen.
De tegoeden van de oude afdelingen zijn niet opgevoerd in de begroting omdat deze nog niet op de rekening van het district zijn geboekt tengevolge van problemen met districtsrekeningen bij het KNMG hoofdbestuur.

Afgevaardigden naar de ledenraad:

Er is nog geen overleg geweest met de federatiepartners binnen het district, vooralsnog beschouwen de bestuursleden zich als afgevaardigde of plaatsvervangend afgevaardigde totdat dit overleg heeft plaatsgevonden


Voordracht professor A. van der Meiden:

"Mythe en werkelijkheid in de intermenselijke communicatie"

Als inleiding inventariseerde de spreker de problemen die in de communicatie tussen arts en patiŽnt en artsen onderling kunnen optreden en analyseerde deze in een levendige discussie met de aanwezigen. Problemen kunnen ontstaan doordat ťťn van de gesprekspartners fysiek of mentaal onbereikbaar is, maar ook doordat er een verschillend kennisniveau bestaat of angst of vooroordelen met betrekking tot de aard van het onderwerp. Ook kan een probleem ontstaan wanneer de patiŽnt als boodschapper tussen twee artsen wordt gebruikt.

Spreker stelde vast dat de arts leeft van de communicatiestoornissen in het menselijk lichaam.

Hij merkte op dat de oorspronkelijke betekenis van communio "fort waarbinnen de gemeenschap een eigen jargon heeft" is en dat de media geen communicatiemiddelen maar informatiemiddelen zijn.

Communicatie wordt tussen arts en patiŽnt in drie domeinen gevoerd:

  1. Het competentiedomein,
    waar door gesproken taal en door lichaamstaal de boodschap gecodeerd wordt. In de gesproken taal vindt codering plaats door toonhoogte:
    hoog=eufoor, midden=docerend, laag=empathisch.
  2. Het domein van imago en identiteit.
    In dit domein is de arts nog redelijk sterk, hoewel door een toegenomen mondigheid van de patiŽnt en een toenemende opstelling als "klant" ook "winkelgedrag" ontstaat.
  3. Het domein van ethiek en media.
    De media kunnen medische vraagstukken of problemen zodanig uitvoerig bespreken dat een "hype" ontstaat waarin het probleem buitenproportioneel wordt opgeblazen.

De aanwezigen hebben deze avond van het "probleem communicatie" vele verrassende aspecten gezien en ervoeren de sluiting van de avond als te snel. Zij bleven dan ook nog doorpraten in de bar van het hotel.

Hits:
855
Terug naar voorpagina